
Algemeen wordt aangenomen dat vaccinatie zijn oorsprong kent in Turkije, waar boeren op het platteland geleerd hadden dat sommige mensen ernstig ziek werden van pokken en overleden, terwijl anderen een veel lichtere vorm van de ziekte overleefden. Deze observatie leidde tot de eerste vorm van inenting tegen pokken, de zogenaamde variolatie, waarbij gezonde personen werden geïnfecteerd met de inhoud van een pokpuist van iemand die de ziekte in lichte mate had.
De voorbereiding op de variolatie, zoals die later gemeengoed werd in Europa, kende geen mis te verstane handelingen. Voorafgaand aan het uitwoeden van de infectie in quarantaine onderging de patiënt uithongering, purgeren en aderlating.
Voor Edward Jenner, arts op het platteland in Engeland, was deze persoonlijke ervaring aanleiding op zoek te gaan naar doeltreffender manieren om bescherming te zoeken tegen pokken. Het boerenverhaal dat wie koepokken had gehad geen pokken meer zou krijgen bleek het juiste spoor.
Hij infecteerde de zoon van zijn tuinman met de koepokken van een melkmeisje. Op de later uitgevoerde variolatie bleek de jongen in het geheel niet meer te reageren.
De uitgevoerde handeling staat te boek als de eerste vaccinatie.
In 1798 publiceerde Jenner zijn onderzoek in een boek. Overigens duurde het nog tot 1850 voordat vaccinatie de plaats ingenomen had van variolatie.

klik op plaatje om te vergroten
Het waren voorts onder meer Louis Pasteur, sir Almroth Wright, Pierre Roux en meer recent Kitasato en Hilleman, die steeds meer immunologische kennis toepasten in de vaccins die vanaf 1900 werden ontwikkeld.
Laatst bijgwerkt: juni 2009