Wat is Gordelroos?
Wat is de relatie tussen Gordelroos en Waterpokken?
Hoe vaak komt Gordelroos voor?
Preventie van Gordelroos
Wat is Gordelroos?
Gordelroos1 is een ernstige aandoening die niet alleen voor acute uitslag en pijn zorgt, maar ook kan leiden tot pijnlijke en langdurige verzwakkende complicaties. De meest voorkomende complicatie is postherpetische neuralgie (PHN), een chronische en hardnekkige pijn die maanden of zelfs jaren kan aanhouden.
Ongeveer een op de vier mensen krijgt op een gegeven moment gedurende zijn of haar leven last van deze aandoening. Volgens schattingen krijgen jaarlijks 1,8 miljoen mensen in de Europese Unie gordelroos.
Het risico van gordelroos neemt toe naarmate men ouder wordt. Men verwacht dat de incidentie2 van de aandoening toe zal nemen naarmate de bevolking ouder wordt. In de Europese Unie worden er jaarlijks ongeveer 12.400 patiënten met gordelroos in het ziekenhuis opgenomen.
Gordelroos en Post Herpetische Neuralgie

[Fig. 1] Figuur die de chronologische klinische ontwikkeling van gordelroos laat zien
Acute fase
Tijdens de prodromale fase kunnen de symptomen van gordelroos variëren van oppervlakkige jeuk, tintelen of brandende pijn tot ernstige en diepe zeurende of scherpe, stekende, alles doordringende pijn. Het gaat hier om constante of periodieke pijn. De pre-eruptieve pijn van gordelroos (prodromale pijn) kan op een aantal andere aandoeningen lijken, zoals vroege glaucoom, een hartaanval, nierstenen of blindedarmontsteking. Dit maakt het moeilijk om in een vroeg stadium een juiste diagnose te stellen.i
Binnen enkele dagen ontstaat veelal een eenzijdige uitslag (gaat niet over de middenlijn). Dit wordt gevolgd door de vorming van blaren met vocht, die pas na twee tot vier weken zijn genezen en littekens of permanente veranderingen in de kleur van de huid kunnen achterlaten.ii De acute pijn waarmee de uitslag gepaard gaat, is bij het grootste deel van de patiënten matig tot ernstig.iii Deze pijn komt voor bij meer dan 90% van de mensen van 60 jaar en ouder die gordelroos hebben.1
Chronische fase: postherpetische neuralgie (PHN)
Postherpetische neuralgie is de meest voorkomende complicatie bij gordelroos.iv Het is een chronische en blijvende pijn die komt opzetten nadat de uitslag is verdwenen en dan maanden of zelfs jaren kan aanhouden.v
Personen die PHN hebben gehad, omschreven de pijn als "zeurend, brandend, kloppend, stekend en/of scherp". De ergste vorm van PHN is allodynie, pijn die wordt veroorzaakt door lichte tactiele stimulatie (door bijvoorbeeld kleding of wind).1
Ongeveer een op de vijf gordelroospatiënten ouder dan 50 jaar krijgt PHN vi,vii,viii,ix (gedefinieerd als pijn die na het ontstaan van de uitslag een tot drie maanden aanhoudt).x
Zoster ophthalmicus en andere complicaties
Gordelroos kan ook de ogen treffen, hetgeen kan leiden tot complicaties op het gebied van het gezichtsvermogen. Andere gezondheidsproblemen als gevolg van gordelroos zijn onder meer huidinfecties en zenuwschade.1,xi
NAAR BOVEN
Wat is de relatie tussen Gordelroos en Waterpokken?
Iedereen die waterpokken heeft gehad, kan gordelroos krijgen, aangezien beide aandoeningen door hetzelfde virus (varicella zoster virus, VZV) worden veroorzaakt. Na de eerste besmetting blijft het virus latent aanwezig in de dorsale ganglia. Omstandigheden die leiden tot een verzwakt immuunsysteem (inclusief leeftijd), vergemakkelijken de reactivering van het virus.xii Zo ontstaan gordelroos en PHN.
NAAR BOVEN
Hoe vaak komt gordelroos voor?
Volgens schattingen heeft 90% van de mensen in Europa waterpokken gehad voor de adolescentie (0-16 jaar).xiii Dit betekent dat bijna alle volwassenen gordelroos kunnen krijgen. Ongeveer 1 op de 4 mensen krijgt op een gegeven moment gedurende zijn of haar leven last van deze aandoening. xiv,xv,xvi In de Europese Unie krijgen jaarlijks ongeveer 1,8 miljoen mensen gordelroos.xvii

Evolutie celimmuniteit
Door een verzwakt immuunsysteem wordt het risico van gordelroos en PHN groter. Het immuunsysteem verzwakt naarmate men ouder wordt xvii, waardoor de kans op gordelroos en bijkomende complicaties toeneemt. Gordelroos en PHN komen vaker voor bij mensen die ouder zijn dan 50 jaar dan bij jonge mensen. Men verwacht dat de incidentie van zowel gordelroos als PHN toeneemt naarmate de leeftijd van de bevolking stijgt (vergrijzing).xix
We kunnen nog niet voorspellen wie gordelroos krijgt en wanneer.xx De reactivering van het virus kan na de eerste besmetting plaatsvinden en zonder waarschuwing tot gordelroos leiden
NAAR BOVEN
Preventie van Gordelroos
Sinds kort is het mogelijk de kans op het krijgen van gordelroos aanzienlijk te reduceren door middel van vaccinatie. Personen van 50 jaar en ouder komen hiervoor in aanmerking.
NAAR BOVEN
1 Herpes zoster of zoster
2 Aantal gevallen
i Oxman MN. Clinical manifestations of herpes zoster. In : Varicella-Zoster Virus. Virology and clinical management. Eds: Arvin AM & Gershon AA. 2004:247-75.
ii Gnann JW et al. Herpes Zoster. N Engl J Med 2002;347:340-6.
iii Katz J et al. Acute pain in herpes zoster and its impact on health-related quality of life. Clin Infect Dis 2004;39:342-48.
iv Johnson RW. Consequences and management of herpes zoster. J Infect Dis 2002;186 (Suppl 1):S83-S90.
v Dworkin RH, Schmader KE. Treatment and prevention of postherpetic neuralgia. Clin Infect Dis 2003;36:877-82.
vi Meister W et al. Demography, symptomatology, and course of disease in ambulatory zoster patients. Intervirology 1998;41:272-7.
vii Paparatti UdL et al. Herpes zoster and its complications in Italy : an observational survey. J Infect 1999; 38:116-20.
viii Scott FT et al. A study of shingles and development of post Herpetic neuralgia in East London. J Med Virol 2003;70:S24-S30.
ix Czernichow S et al. Zona : enquête d'incidence chez les médecins généralistes du réseau "Sentinelles". Ann Dermatol Venereol 2001;128:497-501.
x Opstelten W et al. Herpes zoster and postherpetic neuralgia: incidence and risk indicators using a general practice research database. Fam Pract 2002;19(5):471-75.
xi Gnann JW. Varicella-Zoster Virus: atypical presentations and unusual complications. J Infect Dis 2002;186 (Suppl 1):S91-S98.
xii Edmunds WJ, Brisson M, Rose JD . The epidemiology of herpes zoster and potential cost-effectiveness of vaccination in England and Wales. Vaccine 2001;19:3076-90.
xiii Aebi C et al. Age-specific seroprevalence to varicella-zoster virus: study in Swiss children and analysis of European data. Vaccine 2001;19:3097-103.
xiv Miller E, Marshall R, Vurdien J . Epidemiology, outcome and control of varicella-zoster infection. Rev Med Microbiol 1993;4:222-30.
xv Brisson M et al. Epidemiology of varicella zoster virus infection in Canada and in the United Kingdom. Epidemiol Infect 2001;127,305-14.
xvi Bowsher D. The lifetime occurence of herpes zoster and prevalence of postherpetic neuralgia: a retrospective survey in an elderly population. Eur J Pain 1999;3:335-42.
xvii Eurostat-bevolking door de Europese Commissie (EU 25) – De Europese cijfers werden berekend door deze te extrapoleren uit de incidentie en het aantal ziekenhuisopnames van de Europese bevolking. http://epp.eurostat.cec.eu.int/extraction/evalight/EVAlight.jsp?A=1&language=en&root=/theme3/proj/proj_top_pop
xviii Burke BL et al. Immune responses to varicella-zoster in the aged. Arch Intern Med 1982;142:291-3.
xix World Population Ageing 1950-2050. Population Division, DESA, United Nations. 78-79
xx Thomas SL, Hall AJ . What does epidemiology tell us about risk factors for herpes zoster ? Lancet Infect Dis 2004:4;26-33.
Laatst bijgewerkt: juni 2009